‘Master’ en ‘Slave’
Wanneer twee of meer myenergi-apparaten draadloos met elkaar verbonden zijn, fungeert één apparaat als Master. Er kunnen maximaal zes apparaten met elkaar verbonden worden, waarbij er altijd maar één de Master kan zijn (de ingebouwde Hub telt ook als één apparaat). Dit apparaat stuurt de andere 'slave'-apparaten aan, d.w.z. dat de instellingen worden doorgezet. Sommige instellingen kunnen sowieso alleen op het masterapparaat worden gewijzigd, bijvoorbeeld Grid Limit, Group Limits en Net Phases.
Gebruik de functie Set Master in het menu Advanced Settings/Linked Devices om in te stellen welk apparaat ‘Master’ moet zijn. Het is een goed idee om het apparaat te kiezen dat het gemakkelijkst bereikbaar is wanneer u instellingen moet veranderen.
! Merk op dat Harvi en Hub alleen koppelen met het apparaat dat als ‘Master’ is ingesteld.
Apparaten koppelen
Apparaten kunnen worden "gekoppeld" door op elk apparaat de koppelingsmodus in te schakelen (één apparaat moet als ‘Master’ zijn ingesteld).
Stap 1: Selecteer op het ‘Slave’-apparaat Pairing Mode in het menu Advanced Settings/Linked Devices (Zappi/Eddi) of door op de Pair-knop te drukken (Harvi/Hub).
Stap 2: Selecteer nu Pairing Mode op het master-apparaat.
Stap 3: Het scherm SEARCHING FOR SLAVES verschijnt, de Zappi zoekt nu naar andere apparaten die zich op hetzelfde kanaal bevinden en in Pairing Mode zijn. Alle gevonden apparaten komen in het scherm te staan, de unieke serienummers staan erachter.
Stap 4: Selecteer het apparaat dat toegevoegd moet worden en druk op de Plus-knop. Het apparaat wordt toegevoegd en het scherm keert terug naar het vorige menu.
Stap 5: Het scherm DEVICES verschijnt, hier staat een lijst van alle apparaten in het netwerk. Het onlangs toegevoegde apparaat kan worden geconfigureerd nadat het bericht UPDATING is verdwenen.
Kanalen (Channels)
Om de verschillende apparaten met elkaar te kunnen verbinden, moeten deze zich op hetzelfde kanaal / dezelfde frequentie bevinden. Meestal kan men hiervoor simpelweg Kanaal 1 gebruiken. Echter kan het zo zijn dat er andere apparaten in de buurt toch op dezelfde frequentie zitten als de myenergi-apparaten die gekoppeld moeten worden. Dit zal dan voor interferentie kunnen zorgen.
Als het niet mogelijk is om apparaten te koppelen of als de verbinding slecht blijkt, kan het veranderen van het kanaal helpen. Verwijder eerst alle apparaten uit het netwerk door Reset Settings te selecteren in het menu Linked Devices en selecteer vervolgens een ander kanaal met de menu-optie Channel. Zorg ervoor dat het kanaal op alle apparaten gelijk is alvorens opnieuw te koppelen.
Prioriteit
De prioriteit van elk gekoppeld apparaat kan worden ingesteld vanaf elk apparaat met een display en via de myenergi-app. Zo kan worden bepaald hoe de overtollige energie/stroom onderling wordt verdeeld. Het apparaat met de hoogste prioriteit zal altijd voorrang krijgen bij het laden. Het is ook mogelijk alle apparaten hetzelfde prioriteitsniveau te geven. Als twee of meer apparaten dezelfde prioriteit hebben, wordt het beschikbare overschot (voor dat prioriteitsniveau) gelijk verdeeld.
1. Alle gekoppelde apparaten staan in het scherm DEVICES, het apparaat dat in hoofdletters wordt weergegeven is het apparaat dat momenteel wordt bekeken.
2. Het serienummer van elk apparaat wordt rechts getoond.
3. De prioriteit wordt links van elk last-regelend apparaat weergegeven, waarbij 1 de hoogste prioriteit is. Als twee of meer apparaten dezelfde prioriteit hebben, zijn deze getallen gelijk aan elkaar. wordt het beschikbare overschot (voor dat prioriteitsniveau) gelijkelijk tussen hen verdeeld.
4. Het symbool ~ geeft aan op welk apparaat de net-CT is aangesloten/geconfigureerd. Er mag er maar één op het systeem zijn.
5. Als het symbool ? naast een apparaat wordt weergegeven, betekent dit dat de communicatie met het apparaat is verbroken.
Men kan ook in de myenergi-app de volgorde van prioriteit veranderen. Moeten alle apparaten dezelfde prioriteit hebben, kan men dit ook aanpassen in de app door de tegels naar elkaar toe te slepen. Voor ieder apparaat zal dan hetzelfde getal staan, i.p.v. 1, 2, 3 enz.