We krijgen regelmatig supportaanvragen aangaande problematiek met de CT-klemmen. Veelal kan dit worden opgelost door onze Youtube-video over dit onderwerp goed en aandachtig te volgen.
Link naar video: https://youtu.be/1HD7uIG6RIQ
Met CT-klemmen kan men de meetwaarden bepalen voor inkomende en uitgaande stromen van de hoofdaansluiting. Bij het uitlezen van de CT-klemmen moeten we de sinus van de fases volgen. Hier ontstaat soms, begrijpelijkerwijs, wat onduidelijkheid.
Bij de zappi is het in eerste instantie belangrijk om met een faserotatiemeter te controleren of er een rechtsdraaiend rotatieveld is gecreëerd op de voedingsaansluitingen, we kunnen de CT-klemmen namelijk pas uitlezen als dit het geval is.
Monofase-aansluiting
Bij woningen met een monofase-aansluiting is het plaatsen van de CT-klem wat eenvoudiger; je hebt maar één mogelijkheid om de klem te plaatsen, namelijk op de fasedraad NA de slimme meter en VOOR de hoofdaansluiting (na de hoofdaansluiting vindt in veel gevallen een vertakking van het stroomnet plaats, daar zul je dus nooit een goede meting kunnen verrichten). Het is hierbij belangrijk dat de CT-klem in de juiste richting is geplaatst, op de CT-klem staat een pijl, deze moet richting de meterkast wijzen. Ook moeten de plus- en mindraad van de CT-klem correct worden aangesloten.
3-Fase-aansluiting
Bij een 3-fase-aansluiting is het natuurlijk net zo goed belangrijk dat de CT-klemmen in de juiste richting worden geplaatst en de plus- mindraden correct zijn aangesloten, maar hiernaast moeten we ook ervoor zorgen dat ze onderling op de juiste volgorde aangesloten worden: L1, L2, L3. Hierdoor wordt het iets ingewikkelder, het probleem is namelijk dat je niet kunt weten welke binnenkomende fase nu de L1, L2 of L3 is. In Nederland zijn draden van de inkomende fases vaak alle drie bruin of zwart en de meest linkse is niet automatisch L1.
CT-klemmen aansluiten: voorbereidingen
Uiteraard (en gelukkig) is er wel een manier om erachter te komen in welke volgorde de CT-klemmen moeten worden aangesloten. En, niet te vergeten, ook bij een 3-fase-aansluiting worden de CT-klemmen aangesloten op de fasedraad NA de slimme meter en VOOR de hoofdaansluiting.
Het is belangrijk dat de zonnepanelen uitgeschakeld zijn!
Nu moeten we per fase een minimale belasting van 500 watt per fase gaan creëren. Het gemakkelijkste om deze belasting te bereiken is het aansluiten van de auto en deze op te laten laden in de FAST-modus. Als de auto op 3-fasen kan laden, haal je die 500Watt belasting per fase. Kan de auto slechts op 1-fase laden, dan zal je op de andere twee fases nog belasting moeten toevoegen door verschillende apparaten in huis in te schakelen.
PowerFactor-waardes controleren
In het geavanceerde menu van de zappi kun je de meetwaardes controleren:
Druk op de menu-knop --> ‘Overige instellingen’ --> ‘Geavanceerd’ --> CT-Instellingen’ --> ‘Meetwaarden’; op de derde regel kun je de PowerFactor-waardes aflezen.
CT-klemmen aansluiten: de juiste waardes
Begin met het aansluiten van één van de klemmen op één van de fasedraden voor de hoofdaansluiting en op één van de ingangen CT-1 / CT-2 / CT-3 in de zappi. Het maakt niet uit welke je gebruikt, je weet op dit moment immers niet of je de L1, L2 of L3 gaat meten. Je kunt nu de PowerFactor-waardes van CT aflezen zoals hierboven beschreven.
Is de waarde van de PowerFactor nu hoger dan +0,90 (in de meeste gevallen +0,99 of +1,0), dan is CT1 correct aangesloten. Je kunt nu hetzelfde doen met CT2 en wanneer deze goed zit met CT3.
Ligt de waarde van de PowerFactor nu tussen de -0,30 en -0,70, dan zit deze CT-klem niet op de juiste ingang in de zappi. Probeer de kabel nu op de ingang CT-2, is de waarde nu hoger dan +0,90 dan is deze correct aangesloten. Ligt de waarde nog steeds tussen de -0,30 en -0,70, probeer dan de ingang CT-3. Logischerwijs moet één van deze drie ingangen de juiste waardes aangeven.
Het kan ook zijn dat je op één van de ingangen een negatieve waarde van -0,90> krijgt, in dit geval kun je er van uitgaan dat de draad op de juiste ingang zit, maar 180graden verkeerd om op de fase is aangesloten. Je lost dit eenvoudig op door de CT-klem zelf fysiek om te draaien (andersom om de fasedraad te doen) of door de plus en min van de draad van de CT-klem om te wisselen in de ingang van de zappi.
Nog een mogelijkheid is dat je een positieve waarde tussen 0,30 en 0,70 krijgt. In dit geval moet je én de CT-klem op een andere fase aansluiten én de plus en min draden omdraaien.
Conclusie
Zorg dus dat je uiteindelijk alle 3 de CT-klemmen hebt aangesloten en dat de meetwaarden alle drie +0,90 of hoger aangeven.